
Richard Linklater is terug en neemt ons mee naar één nacht in het bruisende New York van 1943. Lorenz Hart — misschien onbekend bij naam, maar beroemd door zijn songs My Funny Valentine, The Lady Is a Tramp en Blue Moon — zit in Sardi’s restaurant te mijmeren over liefde, kunst en het leven.
Terwijl Oklahoma! in première gaat, werkt Hart’s oude partner Richard Rodgers voor het eerst samen met Oscar Hammerstein II. Voor Hart is het een pijnlijk moment: hij voelt zich buitengesloten van het succes dat ooit van hen samen was. Gedurende die avond volgen we Hart (Ethan Hawke) in intieme gesprekken met barman Eddie, schrijver E.B. White, Rodgers en de jonge Elizabeth Weiland, op wie hij hopeloos verliefd is.
Regie: Richard Linklater – Speelduur: 100 minuten
Cast: Ethan Hawke, Bobby Cannavale, Andrew Scott, Margaret Qualley …
Genre: drama – Originele taal: Engels
Een nacht in New York, 1943
Blue Moon volgt Hart op een nacht vol introspectie en confrontatie. In het eerste deel leren we hem kennen: zijn fragiele band met Rodgers, zijn jaloezie op Hammerstein en zijn diepe genegenheid voor Elisabeth. Terwijl hij in de bar wacht op de gasten, voert hij geen echte gesprekken, maar ratelt monologen vol observaties over vriendschap, liefde en kunst. Het tweede deel draait om confrontatie. Hart moet op gepolijste, geforceerde wijze felicitaties uitspreken voor Oklahoma! en stuit tegelijkertijd op de grenzen van zijn relaties met Rodgers en Elisabeth. Andrew Scott schittert als Rodgers: dankbaar en bewonderend, maar resoluut over de koers van zijn werk. Margaret Qualley balanceert haar rol perfect, met een mix van charme en subtiele meedogenloosheid tegenover haar oudere bewonderaar.
Het verhaal komt echter pas echt tot leven door Ethan Hawke, die Hart vertolkt met ongekende intensiteit. Hart was een kleine man, meer dan een kop kleiner dan zijn tegenspelers, en kalend — een man die het moest hebben van zijn intensiteit en niet van zijn uiterlijk. Scène na scène, gesprek na gesprek, brengt hij Hart tot leven: grillig, hartstochtelijk en tegelijk kwetsbaar. Soms wil je hem tot rede brengen, hem zijn mond laten houden, maar Hawke laat Hart nooit belachelijk of overdreven wanhopig lijken. Het is een fascinerende, meeslepende vertolking; eentje die je tegelijk op het puntje van je stoel houdt, maar waarbij je af en toe ook “shut up!” wilt roepen.
De bar als toneel en tijdsbeeld
Blue Moon is een dialoogfilm die zich volledig afspeelt in Sardi’s Restaurant, waarin Hart voortdurend reflecteert op vragen als: wat moet of kan cinema en kunst bereiken? Soms zijn de gesprekken luchtig en speels, dan weer poëtisch en bijna lyrisch. Sommige scènes voelen overladen, terwijl andere tergend langzaam voortkabbelen, waardoor je in spanning blijft zitten en wacht tot er eindelijk iets gebeurt. Figuren verschijnen en verdwijnen, alsof de bar zelf het decor vormt en de nacht voortstuwt. Het kleurgebruik en de cinematografie zijn prachtig gekozen: ze versterken de sfeer van de bar en van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt.
Hoewel de film met zo’n 100 minuten relatief kort is, maken de stevige dialogen het een zwaar, intens maar goed werk. De film is een mooi opgebouwde tragikomedie, gedragen door subliem acterende acteurs en sfeervolle muziek — een waardig eerbetoon.











